Wat zijn proporties?

Stel je tekent een mens, maar het hoofd is zo groot als de rest van het lichaam. Of je tekent een hond waarbij de poten veel te lang zijn. Dan kloppen de proporties niet. Proporties gaan over hoe groot iets is vergeleken met iets anders. Het is niet erg als ze niet meteen kloppen. Dat is precies waarom oefenen zo leuk is.

Meten met je potlood

Echte tekenaars meten met hun potlood. Zo werkt het: houd je potlood voor je uit, met gestrekte arm. Sluit één oog. Zet je duim op een punt van het object dat je wil meten. Dan zie je hoe groot iets is vergeleken met je potlood. Gebruik die maat om te vergelijken met andere delen van je tekening.

Je hoeft dit niet elke keer te doen. Maar het is een handig trucje als je iets wil natekenen.

Begin met blokjes

Een goede manier om proporties te oefenen is beginnen met een kader. Teken een rechthoek of vierkant om je onderwerp heen. Hoe breed is het? Hoe hoog? Verdeel het kader daarna in vakjes. Zo zie je meteen als iets te groot of te klein is.

  • Teken een lichte schets eerst, dan details later
  • Vergelijk altijd onderdelen met elkaar: is het hoofd groter of kleiner dan de romp?
  • Gebruik een liniaal als je wil, maar een schatting mag ook

Het hoofd als maatstaf

Tekenaars gebruiken het hoofd vaak als meetlat. Een volwassen figuur is gemiddeld zeven hoofden lang. Een kind van zes is ongeveer vijf hoofden lang. Dat klinkt ingewikkeld, maar je hoeft het niet precies te weten. Het helpt al als je nadenkt: is het hoofd te groot of te klein?

Fouten zijn oefening

Als je proporties niet kloppen, is dat oefening, geen fout. Veel tekenaars maken expres gekke proporties, zoals grote ogen in cartoons of kleine beentjes in chibi-figuren. Dat heet een stijlkeuze. Maar het helpt om de echte verhoudingen te kennen, zodat je zelf kunt kiezen wanneer je ervan afwijkt.

Oefening van de dag

Teken je eigen hand. Kijk hoe lang je vingers zijn vergeleken met je handpalm. Zijn ze langer? Korter? Bijna even lang? Probeer het zo nauwkeurig mogelijk na te tekenen. Je hand is altijd bij je, dus je kunt dit overal oefenen.